ECLI:NL:GHDHA:2019:649
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging voorlopige hechtenis na opheffing schorsing bevestigd door Gerechtshof Den Haag
De verdachte werd op 18 oktober 2018 in verzekering gesteld en de voorlopige hechtenis werd meerdere malen verlengd en geschorst. Na overtreding van de schorsingsvoorwaarden werd de verdachte op 11 januari 2019 opnieuw aangehouden. De officier van justitie vroeg opheffing van de schorsing, die op 15 januari 2019 werd toegewezen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het openbaar ministerie op 19 februari 2019 niet-ontvankelijk in de vordering tot verlenging van de gevangenhouding, omdat het bevel tot gevangenhouding volgens de rechtbank was geëxpireerd. Het openbaar ministerie ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat de periode tussen aanhouding en opheffing van de schorsing niet in mindering gebracht moet worden op de termijn van de voorlopige hechtenis. De termijn begint pas te lopen vanaf de beslissing tot opheffing. Hierdoor was het bevel tot gevangenhouding nog niet verlopen op het moment van de beschikking van 19 februari 2019.
Het hof verklaarde het openbaar ministerie ontvankelijk en verlengde de gevangenhouding met 60 dagen. Tevens stelde het hof vast dat de ernstige bezwaren en gronden voor voorlopige hechtenis nog steeds aanwezig zijn.
Uitkomst: Het hof beveelt verlenging van de gevangenhouding van de verdachte voor de duur van 60 dagen.