Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
hij op of omstreeks 06 april 2016 te Rotterdam, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [aangever 1] wederrechtelijk van de vrijheid te beroven en/of beroofd te houden, immers heeft/is hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet - in de woning waar [aangever 1] verbleef, die [aangever 1] opgewacht en/of (vervolgens)
hij op of omstreeks 06 april 2016 te Rotterdam, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [aangever 2] wederrechtelijk van de vrijheid te beroven en/of beroofd te houden, immers heeft/is hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet
hij op of omstreeks 06 maart 2016 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een politiebureau, gelegen op/aan de [adres] heeft weggenomen één of meer politiejas(sen), althans politiekledingstuk(ken), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan de politie eenheid Rotterdam, in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/ hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.
circumstantial evidence. De door het Openbaar Ministerie gepresenteerde bewijsconstructie is naar het oordeel van de hof gebaseerd op een (te) beperkte hoeveelheid indirect bewijs. Naar het oordeel van het hof is niet te beoordelen of sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking waarbij kan worden gezegd dat de intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte aan de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten van voldoende gewicht is geweest. Over de invulling van relevante factoren als de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de uitvoering of de afhandeling van het ten laste gelegde en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip kan naar het oordeel van het hof in feite niets met voldoende mate van zekerheid en/of concreetheid worden vastgesteld. Hoewel er zeker aanwijzingen zijn voor betrokkenheid van de verdachte bij het/de ten laste gelegde (poging tot) ontvoeren van [aangever 1] en/of [aangever 2], kan naar het oordeel van het hof niet met een voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld welke rol de verdachte daarbij mogelijk heeft gehad en of die rol – gelet op de daartoe in aanmerking te nemen factoren – een rol oplevert die hem tot medepleger van het onder 1 en/of het onder 2 ten laste gelegde maakt.
hij op
of omstreeks06 maart 2016 te Rotterdam tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen
, althans alleen,met het oogmerk van wederrechtelijke
toe-eigeningin/uit een politiebureau, gelegen
op/aan de [adres] heeft weggenomen
één of meer politiejas(sen), althanspolitiekledingstuk
(ken
),
in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten deletoebehorende aan de politie eenheid Rotterdam,
in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s),waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft
en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/ hebben gebrachtdoor middel van braak
, verbreking en/of inklimming.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
8 (acht) maanden.
€ 583,75 (vijfhonderddrieëntachtig euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 maart 2016 tot aan de dag der algehele voldoening en veroordeelt de verdachte om dit bedrag met rente tegen een behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen.
€ 583,75 (vijfhonderddrieëntachtig euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 maart 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
11 (elf) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden.