ECLI:NL:GHDHA:2019:747
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- E.M. Dousma-Valk
- S.A. Boele
- H.C. Grootveld
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitlevering aan Albanië wegens vermeend risico bloedwraak en schending EVRM
Appellant, gedetineerd in Nederland, verzet zich tegen uitlevering aan Albanië wegens een opgeëiste gevangenisstraf voor vrouwenhandel en vreest bloedwraak die zijn fundamentele rechten schendt. De rechtbank wees zijn verzoek tot schorsing af en verklaarde de uitlevering toelaatbaar. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de bloedwraak tegen hem bekend is bij Albanese autoriteiten die niets doen en dat hij onvoldoende bewijs kan leveren vanwege zijn detentie.
Het hof oordeelt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij en zijn familie daadwerkelijk het doelwit zijn van bloedwraak. De aangevoerde bronnen, waaronder artikelen van Albanian Daily News, rapporten van de Albanese Ombudsman en NGO’s, zijn onvoldoende concreet en betrouwbaar. Bovendien ontbreekt een coherent verhaal en heeft appellant niet gereageerd op eerdere overwegingen van de voorzieningenrechter.
De minister heeft de uitlevering toegestaan op basis van het vertrouwensbeginsel dat Albanië de rechten van de gevangene zal respecteren en bescherming zal bieden. Het hof bevestigt dat alleen bij een reëel risico op schending van artikel 2 of Pro 3 EVRM uitlevering verboden is. Appellant heeft dit niet overtuigend aangetoond. Het hof bekrachtigt daarom het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis dat uitlevering aan Albanië toelaatbaar is wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte risico's op bloedwraak en schending van artikel 2 en 3 EVRM.