Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 16 april 2019
[appellant] ,
[…] Architecten B.V.,
Het geding
De feiten
Overige kosten" en achter "
Architect" opgenomen:
"tussen 10 en 12% van de aanneemsom".
EXPLOITATIE-BEGROTING
Projectfase Gereed honorarium Fasebedrag
De vorderingen en de beslissing in eerste aanleg
De vorderingen en de grieven in hoger beroep
grief 1 en 3in principaal appel bestrijdt [appellant] dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. Er zou geen sprake zijn van een voldoende bepaald aanbod, en evenmin van aanvaarding daarvan. Met
grief 2, 4 en 5in principaal appel bestrijdt [appellant] de oordelen van de rechtbank dat hij de bewijslast heeft van de stelling dat er sprake is van een overeenkomst om niet, dat hij met het bewijs daarvan wordt belast, en dat hij niet in het leveren van dat bewijs is geslaagd. De
grieven 6 en 7in principaal appel betreffen de berekening door de rechtbank van het redelijk loon.
Grief 8in principaal appel is gericht tegen de eindconclusie.
incidentele grief Ibetoogt [geïntimeerde] dat de exploitatiebegroting van 3 maart 2012 een rechtsgeldig aanbod bevat, dat door [appellant] is aanvaard. De hoogte van het door [appellant] aan [geïntimeerde] verschuldigde loon dient daarom op basis van die begroting te worden berekend. De
incidentele grieven II-IVbetreffen de hoogte van het door de rechtbank vastgestelde redelijk loon.
Incidentele grief Vbetreft de buitengerechtelijke kosten.
Incidentele grief VIis gericht tegen de slotsom.
De beoordeling van het hoger beroep
“Deze prijsopgave is een voorlopige offerte (…)”Voorts was er volgens [appellant] op 3 maart 2012 nog te weinig duidelijk over de te bouwen woning om de bouwkosten daarvan met voldoende precisie te kunnen bepalen. Het hof oordeelt dienaangaande als volgt.
“dat de verbintenissen die partijen op zich nemen bepaalbaar zijn (…) wanneer de vaststelling van de verbintenissen naar van te voren vaststaande criteria kan geschieden; die criteria kunnen een subjectief element inhouden omdat de nadere vaststelling aan een derde of aan een der partijen kan zijn opgedragen”(HR 29 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:765). Naar het oordeel van het hof moet bij de beantwoording van de vraag wanneer sprake is van een voldoende bepaalbaar aanbod, dezelfde maatstaf worden aangelegd. Aan de bepaalbaarheid van een aanbod mogen dus niet te hoge eisen worden gesteld.
“op drijfzand is gebaseerd.”
Deze prijsopgave is een voorlopige offerte i.v.m. het nog niet bekend zijn van de werkelijke bouwkosten.”
“het gebruik van de Model Basisopdracht sterk geadviseerd [wordt], omdat daarmee zekerheid kan worden verkregen dat belangrijke onderwerpen van de te sluiten opdracht worden geregeld en niet over het hoofd worden gezien”.Het gebruik van het in de DNR 2011 opgenomen modelcontract wordt dus geadviseerd, maar niet verplicht gesteld. Nu aan de aanvaarding van het aanbod van [geïntimeerde] in DNR 2011 dus geen vormvereiste wordt gesteld, kon dat in elke vorm geschieden. Ten aanzien van de BNA Gedragscode waarop [appellant] zich ten slotte beroept, geldt dat [geïntimeerde] heeft voldaan aan de daaraan gestelde eisen van schriftelijkheid en duidelijkheid door toezending van de exploitatiebegroting van 3 maart 2012. Dat wordt niet anders doordat [appellant] die begroting niet heeft ondertekend.
“Gezien de werkzaamheden die reeds zijn verricht zullen wij deze deels naar jullie factureren. Per post ontvangen jullie de factuur aan voor het Voorlopig Ontwerp en 50% van de Definitief Ontwerp. Bij het eventueel definitief indienen van de bouwaanvraag zullen wij pas de overige 50% voor het Definitief Ontwerp factureren. De facturering geschiedt volgens de opgaaf van 3 maart 2012.”
=€ 30.816,26 verschuldigd.