Partijen zijn voormalig echtgenoten met zowel de Turkse als Nederlandse nationaliteit. De Turkse rechter heeft hun echtscheiding in 2012 uitgesproken, welke in Nederland wordt erkend. Het geschil betreft de verdeling van een tijdens het huwelijk gesloten kredietovereenkomst van € 30.000,-.
De rechtbank had de vrouw veroordeeld tot betaling van de helft van reeds betaalde rente en aflossing (€ 1.950,-) en de helft van de resterende schuld (€ 13.071,58). De vrouw betwistte haar draagplicht, stellende dat het krediet voor Turks onroerend goed was gebruikt dat aan de man was toegewezen, en dat haar handtekening onder de kredietovereenkomst niet authentiek zou zijn.
Het hof oordeelt dat de vrouw onvoldoende bewijs heeft geleverd voor haar stellingen en bevestigt de gelijke draagplicht. Wel vernietigt het hof het vonnis voor zover het de vrouw veroordeelde tot betaling van de helft van de resterende schuld zonder inzicht in reeds gedane betalingen door de man. Het hof bepaalt dat de vrouw € 2.784,74 aan de man moet betalen en dat de man voor teveel betaalde bedragen regres kan nemen. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij eigen kosten draagt.