Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 23 april 2019
[naam 1] ,
[naam 2] ,
De procedure
Beoordeling van het hoger beroep
Grief 1is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat [geïntimeerde] vorderingen heeft op [appellante] uit de vaststellingsovereenkomst en wegens meerwerk. Met
grief 2komt [appellante] op tegen de verwerping door de rechtbank van haar beroep op verjaring.
Grief 3bestrijdt het oordeel van de rechtbank dat [appellante] sinds 18 maart 2009 in verzuim is.
Grief 4is een veeggrief die voortbouwt op de eerste drie grieven.
Grief 1is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat [appellante] slechts voor de helft van de vordering van [geïntimeerde] is verbonden, en niet hoofdelijk voor het geheel. Met
grief 2komt [geïntimeerde] op tegen de onjuiste datering van de sommatiebrief van [de gemachtigde] van 24 februari 2014 in r.o. 4.24 van het bestreden vonnis en tegen de toewijzing van de wettelijke rente vanaf 18 maart 2009.