Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[geïntimeerde 1] ,
1.De procedure in hoger beroep
2.Feiten
3.De vorderingen en de beslissing in eerste aanleg
4.De grieven en de vorderingen in hoger beroep
5.Beoordeling in hoger beroep
Op productie 12 zijn de grafstenen van de honden te zien. Het zijn gewone stenen, zonder nadere markering. Ik weet welke hond waar ligt.” Als productie IV bij memorie van grieven heeft [appellante] drie foto’s overgelegd waarop volgens haar te zien is dat tegels die als grafstenen dienden, voorzien zijn van teksten en afbeeldingen. Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde 1] de authenticiteit van deze foto’s gemotiveerd betwist. Naar het oordeel van het hof is er inderdaad gegronde reden om te twijfelen aan de authenticiteit van deze foto’s. [appellante] heeft immers zelf verklaard dat de stenen niet gemarkeerd waren. Ook het uiterlijk van de foto’s roept gegronde twijfel op ten aanzien van de authenticiteit. De afbeeldingen lijken achteraf op de foto’s te zijn geplakt. Zo tonen de stenen tekenen van veroudering en vervuiling die de afbeeldingen niet vertonen. Verder ligt de steen op de eerste foto vóór de container, terwijl volgens [appellante] de container óp de grafstenen is geplaatst. Het hof gaat er op grond van het voorgaande van uit dat de tegels die volgens [appellante] als grafstenen dienden, niet gemarkeerd waren. Naar het oordeel van het hof heeft de rechtbank met juistheid overwogen dat de aanwezigheid van deze ongemarkeerde tegels niet wijst op inbezitneming van het stuk grond door [appellante] .