ECLI:NL:GHDHA:2019:995
Gerechtshof Den Haag
- Wraking
- Van Kempen
- Van Essen
- Glazener
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking voorzitter in hoger beroep schuldsaneringsregeling
In deze zaak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld tegen de tussentijdse beëindiging van haar schuldsaneringsregeling door de rechtbank Rotterdam. Tijdens de mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter van het hof, stellende dat deze vooringenomen zou zijn vanwege haar houding tijdens de zitting.
Verzoeker baseerde haar wrakingsverzoek op het feit dat de voorzitter haar advocaat meerdere malen onderbrak en opmerkingen maakte over de relevantie en lengte van de pleitnota, waardoor volgens verzoeker de indruk ontstond dat het oordeel reeds vooraf vaststond. De voorzitter heeft dit wrakingsverzoek niet erkend en heeft een schriftelijke reactie gegeven waarin zij de beperkte spreektijd en het informele karakter van de behandeling toelichtte.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat er geen zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid van de voorzitter. De voorzitter heeft de orde tijdens de zitting bepaald en de advocaat van verzoeker voldoende gelegenheid gegeven om haar standpunt toe te lichten. Het verzoek tot wraking is daarom afgewezen.
De beslissing is uitgesproken door een meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag op 3 april 2019, waarbij ook de griffier aanwezig was.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de voorzitter wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.