ECLI:NL:GHDHA:2020:1132
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- H. van den Heuvel
- B.P. de Boer
- F.P. Geelhoed
- Rechtspraak.nl
Nietigheid betekening appeldagvaarding wegens ontbrekende vertaling
In deze strafzaak stond het hoger beroep centraal tegen het vonnis van de politierechter in Rotterdam. De verdachte, van Turkse taalachtergrond, was bij de politie en in eerste aanleg bijgestaan door een tolk Turks. De appeldagvaarding was echter niet vertaald in het Bulgaars of Turks, wat in strijd is met artikel 36e lid 3 van het Wetboek van Strafvordering.
Het hof stelde vast dat de dagvaarding wel tijdig naar het adres van de verdachte in Bulgarije was verzonden, maar dat de vereiste vertaling ontbrak. Gezien de taalachtergrond van de verdachte en het vermoeden dat hij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, oordeelde het hof dat de betekening niet rechtsgeldig was.
Omdat de verdachte niet was verschenen in hoger beroep, geen raadsman had gesteld en er geen aanwijzingen waren dat hij op de hoogte was van de zittingsdatum, verklaarde het hof de betekening van de appeldagvaarding nietig. Hierdoor kon de procedure in hoger beroep niet rechtsgeldig worden voortgezet.
Uitkomst: De betekening van de appeldagvaarding is nietig verklaard wegens het ontbreken van een vereiste vertaling, waardoor het hoger beroep niet ontvankelijk is.