ECLI:NL:GHDHA:2020:1190
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzuimboete inkomstenbelasting 2015 na niet tijdig indienen aangifte
Belanghebbende stelde beroep in tegen een verzuimboete opgelegd door de Inspecteur van de Belastingdienst wegens het niet tijdig indienen van de aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2015. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigt deze uitspraak.
Belanghebbende voerde aan dat zij onvoldoende informatie had ontvangen en hulp nodig had vanwege het overlijden van haar echtgenoot, maar dit werd door de rechtbank en het hof niet als afwezigheid van alle schuld (avas) erkend. De Inspecteur had belanghebbende meerdere keren uitgenodigd voor een hoorgesprek, waarop zij niet inging.
De procedure werd gekenmerkt door herhaaldelijk contact van belanghebbende met de griffie, wat door het hof werd gezien als vertragingstactiek. Tijdens de mondelinge behandeling verscheen belanghebbende niet, waarna de zitting zonder haar werd voortgezet. Het hof vond geen reden om de zaak aan te houden of het onderzoek te heropenen.
De rechtbank had ook een wrakingsverzoek afgewezen en belanghebbende en haar dochter werden wegens wangedrag uit de zittingszaal verwijderd. Het hof concludeert dat de boete terecht en passend is opgelegd en dat de eerdere coulance bij de aanslag 2016 niet tot vermindering van de boete voor 2015 leidt.
Proceskosten werden niet toegewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de verzuimboete van €369 terecht is opgelegd wegens het niet tijdig indienen van de aangifte inkomstenbelasting 2015.