Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
- de rechtbank Den Haag heeft bij beschikking van 27 augustus 2014 de moeder van de minderjarige ontheven van het ouderlijk gezag over de minderjarige en de gecertificeerde instelling (toen: Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden) benoemd tot voogdes;
- de minderjarige heeft in het gezin van de pleegmoeders gewoond totdat de relatie tussen de pleegmoeders in mei 2019 werd beëindigd, waarna zij haar hoofdverblijf had bij [pleegmoeder 2] ;
- de minderjarige verblijft, op grond van daartoe verleende machtigingen, sedert 22 april 2020 in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp.
4.De omvang van het geschil
- de bestreden beschikking te vernietigen en te bepalen dat de machtiging gesloten plaatsing wordt opgeheven;
- te bepalen dat de minderjarige weer bij haar pleegmoeder (het hof begrijpt: [pleegmoeder 2] ) woonachtig zal zijn c.q. aldaar geplaatst zal worden;
- te bepalen dat de gecertificeerde instelling ervoor zorgt dat de minderjarige passende hulp krijgt.
- de bestreden beschikking te vernietigen en te bepalen dat de machtiging gesloten plaatsing wordt opgeheven;
- een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen (artikel 6.1.4. Jw);
- te bepalen dat de gecertificeerde instelling ervoor zorgt dat de minderjarige passende hulp krijgt.