ECLI:NL:GHDHA:2020:1308
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kinderalimentatie en verdeling ontbonden geregistreerd partnerschap
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep van partijen over de vaststelling van kinderalimentatie en de verdeling van de ontbonden goederengemeenschap na ontbinding van hun geregistreerd partnerschap.
De verzoekster stelde dat zij minder draagkracht heeft dan de verweerder en vorderde hogere kinderalimentatie, compensatie wegens overbedeling van de inboedel, verdeling van kinderspaarrekeningen en een gebruiksvergoeding voor de echtelijke woning. Het hof oordeelde dat de verdiencapaciteit van beide ouders gelijk is en dat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet in staat is om een gelijk inkomen te verdienen. Ook ontbrak opheldering over de omvang en waarde van de inboedel, waardoor overbedeling niet kon worden vastgesteld.
Verder stelde het hof vast dat de kinderspaarrekeningen toebehoren aan de minderjarige kinderen en niet tot de ontbonden gemeenschap behoren. De gevorderde gebruiksvergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het feit dat de verweerder de lasten van de woning al draagt. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en compenseerde de proceskosten tussen partijen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst de verzoeken tot hogere alimentatie, overbedeling en gebruiksvergoeding af.