ECLI:NL:GHDHA:2020:1324
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Man niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens procesovereenkomst uitsluiting hoger beroep over vermogensrechtelijke afwikkeling echtscheiding
Partijen zijn gehuwd en hebben zowel de Marokkaanse als Nederlandse nationaliteit. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en legde een betalingsverplichting van €115.000,- aan de man op ten behoeve van de vrouw in het kader van het huwelijksgoederenregime. De man ging in hoger beroep tegen deze nevenvoorziening, maar niet tegen de echtscheiding zelf.
Tijdens de procedure bleek dat de echtscheidingsbeschikking niet was ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, waardoor het huwelijk formeel nog niet was ontbonden en de nevenvoorziening verviel. Partijen sloten daarop een procesovereenkomst om de procedure voort te zetten via sprongcassatie, waarbij zij uitdrukkelijk afzagen van hoger beroep.
Het hof oordeelde dat deze afspraak hoger beroep uitsloot en dat de man niet-ontvankelijk was in zijn hoger beroep. De man had de afspraken niet betwist tijdens de mondelinge behandeling en de toezeggingen van zijn advocaat werden aan hem toegerekend. Het hoger beroep werd daarom afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: De man is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens een procesovereenkomst waarbij partijen afzagen van hoger beroep over de vermogensrechtelijke afwikkeling van de echtscheiding.