Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 27 juli 2020
1. [appellant 1],
2. [appellant 2],
3. Aegis Ad Valorem Holding B.V.,
4. Aegis Europe B.V.,
[geïntimeerde],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Betrokkene per 1 september 2014 vertrokken naar Amerika’.
Novo Banco) overwogen dat bij de bepaling van de betekenis en de draagwijdte van het begrip ‘centrum van de voornaamste belangen’ in artikel 3 van Pro de Verordening van essentieel belang is dat objectieve criteria worden gebruikt om ervoor te zorgen dat de rechtszekerheid en de voorspelbaarheid aangaande de vaststelling van de bevoegde rechter worden gewaarborgd (rov. 20), en dat het gebruik van voor door derden verifieerbare objectieve criteria het mogelijk moet maken het forum te bepalen waarmee de schuldenaar een echte band heeft en zo te beantwoorden aan de legitieme verwachtingen van de schuldeisers (rov. 21). ‘Bijgevolg moet het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar worden bepaald na een globale beoordeling van alle door derden – inzonderheid door de schuldeisers – verifieerbare objectieve criteria die de daadwerkelijke plaats kunnen bepalen waar de schuldenaar gewoonlijk het beheer over zijn belangen voert’ (rov. 22.) Ten aanzien van het centrum van de voornaamste belangen van een natuurlijke persoon die niet als zelfstandige een bedrijfs- of beroepsactiviteit uitoefent, heeft het Hof overwogen dat de relevante criteria ter bepaling daarvan zijn de criteria die verband houden met zijn economische vermogenssituatie, hetgeen overeenstemt met de plaats waar deze persoon het beheer over zijn economische belangen voert en waar hij de meeste inkomsten ontvangt en uitgeeft (rov. 24). Verder heeft het Hof overwogen dat van deze persoon wordt vermoed dat hij gewoonlijk het beheer over zijn belangen voert op zijn gebruikelijke verblijfplaats, aangezien er een grote kans bestaat dat deze plaats overeenstemt met het centrum van zijn voornaamste economische belangen (rov. 25), maar dat dit vermoeden kan worden weerlegd na een globale beoordeling van alle door derden verifieerbare objectieve criteria en elementen die betrekking hebben op zijn economische en vermogenssituatie (rov. 28 en 30).