Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2020:1405

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
6 augustus 2020
Publicatiedatum
12 augustus 2020
Zaaknummer
984205020
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 lid 1 Wetboek van StrafvorderingArt. 67 lid 2 Wetboek van StrafvorderingArt. 67a Wetboek van StrafvorderingArt. 446 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen vervallen twaalfjaarsgrond voorlopige hechtenis toegewezen

De rechtbank Den Haag had bij beschikking van 3 juni 2020 de voorlopige hechtenis van verdachte bevolen voor 90 dagen, waarbij de twaalfjaarsgrond was komen te vervallen. Het Openbaar Ministerie stelde hoger beroep in tegen deze beslissing, stellende dat de twaalfjaarsgrond ten onrechte was vervallen.

Het hof behandelde het hoger beroep op 6 augustus 2020 in raadkamer, waarbij ook verdachte via telehoren werd gehoord. De advocaat-generaal voerde aan dat de rechtbank onterecht de twaalfjaarsgrond had laten vervallen en verzocht deze toe te voegen.

Het hof oordeelde dat het OM ontvankelijk was in het hoger beroep en dat de ernstige bezwaren aanwezig zijn die de twaalfjaarsgrond rechtvaardigen. Gezien de ernst van het feit, de omstandigheden en de recente aanhouding van verdachte, acht het hof toevoeging van de twaalfjaarsgrond passend vanwege het risico op maatschappelijke onrust bij vrijlating.

Daarom wees het hof het hoger beroep toe en verbeterde de beschikking door de twaalfjaarsgrond toe te voegen aan het bevel tot voorlopige hechtenis.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep toe en voegt de twaalfjaarsgrond toe aan het bevel tot voorlopige hechtenis.

Uitspraak

datum beschikking: 6 augustus 2020

GERECHTSHOF DEN HAAG

meervoudige raadkamer

BESCHIKKING

gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van de officier van justitie in de zaak van de verdachte, genaamd:

[X]

geboren op 21 mei 1980 te Arnhem
thans gedetineerd in DC Alphen aan den Rijn.
Procesgang
De rechtbank Den Haag heeft in raadkamer bij beschikking van
3 juni 2020 de gevangenhouding van de verdachte bevolen voor de duur van 90 dagen en daarbij de twaalfjaarsgrond laten vervallen.
Blijkens de akte rechtsmiddel is op 17 juni 2020 door de officier van justitie hoger beroep tegen die beslissing ingesteld; de officier van justitie meent dat ten onrechte de twaalfjaarsgrond is komen te vervallen.
Het hof heeft dit hoger beroep op 6 augustus 2020 in raadkamer behandeld.
In raadkamer zijn gehoord de advocaat mr. P.E. van Zon en de advocaat-generaal mr. P. Spoon.
Voorts heeft het hof – in verband met de maatregelen ter bestrijding van het coronavirus - in raadkamer via telehoren de verdachte gehoord.
Het hof heeft in raadkamer kennisgenomen van de beschikking waarvan beroep, de appelmemorie en van de stukken die betrekking hebben op de voorlopige hechtenis van de verdachte.
De beoordeling van de ontvankelijkheid
Namens de verdachte is aangevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het onderliggende hoger beroep, omdat – kort gezegd - het hoger beroep zich enkel richt op het vervallen van een van de gronden.
Het hof overweegt daartoe het volgende. Wil een bevel tot voorlopige hechtenis kunnen worden gegeven, dan dient er sprake te zijn van een verdenking van een strafbaar feit, genoemd in artikel 67 lid 1 en Pro 2 van het Wetboek van Strafvordering en tevens van gronden als genoemd in artikel 67a van het Wetboek van Strafvordering. De vordering tot voorlopige hechtenis kan derhalve niet worden los gezien van het/de (gekwalificeerde) feit(en) en de gronden waarop de vordering is gebaseerd. Dat betekent dat, indien de voorlopige hechtenis wordt gevorderd op basis van verschillende feiten en verschillende gronden en de vordering niet op alle gronden wordt toegewezen, de vordering geacht moet worden gedeeltelijk niet te zijn toegewezen, hetgeen gelijk gesteld mag worden aan “niet toegewezen” in de zin van artikel 446 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Het hof is derhalve van oordeel dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in het hoger beroep.
De beoordeling van het hoger beroep
Door de advocaat-generaal is, conform de appelmemorie d.d.
8 juli 2020, betoogd dat de rechtbank ten onrechte de twaalfjaarsgrond heeft laten vervallen en heeft daarom verzocht opnieuw recht te doen en deze grond toe te voegen.
Het hof is van oordeel dat de ernstige bezwaren aanwezig zijn, gelet op al hetgeen zich in het dossier bevindt en het verhandelde in raadkamer.
Het hof verenigt zich met de gronden waarop de bestreden beschikking berust, met dien verstande dat – op vordering van de advocaat-generaal - de twaalfjaarsgrond dient te worden toegevoegd.
Gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het feit heeft plaatsgevonden, alsook gelet op het feit dat de verdachte pas zeer kort geleden is aangehouden, is het hof van oordeel dat er sprake is van een geschokte rechtsorde, in die zin dat aannemelijk is dat vrijlating van de verdachte thans een zodanig publiek onbehagen teweeg zal brengen dat dit zou leiden tot maatschappelijke onrust.
Beslissing
Het hof:
Wijst het hoger beroep toe, met verbetering van de gronden.
Deze beschikking is gegeven op 6 augustus 2020 door,
mr. M.P.J.G. Göbbels voorzitter,
mr. R.J. de Bruijn en mr. R.F. de Knoop, leden,
in bijzijn van mr. D.D.A. Hoyinck, griffier.
Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.
………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Den Haag, 6 augustus 2020
de advocaat-generaal