Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
BESLISSING
spreekt de verdachtedaarvan
vrij.
Vordering van de benadeelde partij [aangeefster]
niet-ontvankelijkin de vordering tot schadevergoeding.
Gerechtshof Den Haag
De verdachte werd beschuldigd van mishandeling omdat zij aangeefster met kracht zou hebben geduwd, waardoor deze viel. In eerste aanleg werd zij veroordeeld voor een ander feit en vrijgesproken voor bedreiging. In hoger beroep werd het Openbaar Ministerie ontvankelijk verklaard ondanks een eerder voorwaardelijk sepot.
Tijdens de zitting bleek dat de verdachte handelde uit directe reactie op de bedreigende houding van aangeefster richting haar dochter, die betrokken was bij internetpesten. De verdachte gaf aangeefster een duw om haar dochter te beschermen, zonder opzet om pijn of letsel toe te brengen.
Het hof oordeelde dat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld met hoeveel kracht de duw werd gegeven en dat er geen bewijs was voor (voorwaardelijk) opzet. Daarom sprak het hof de verdachte vrij van het ten laste gelegde. De vordering tot schadevergoeding van aangeefster werd afgewezen omdat de verdachte werd vrijgesproken.
Het hof bepaalde dat ieder zijn eigen proceskosten draagt. Het arrest werd gewezen door drie rechters en uitgesproken op 16 juni 2020.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling wegens ontbreken van opzet bij duw ter bescherming van haar dochter.