ECLI:NL:GHDHA:2020:147
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging opheffing bewind niet mogelijk wegens voortdurende noodzaak bewindvoering
De kantonrechter had op 1 juli 2019 het verzoek van de rechthebbende om het bewind over zijn vermogen op te heffen afgewezen. De rechthebbende kwam hiertegen in hoger beroep en stelde dat de noodzaak voor bewindvoering niet langer bestond, omdat hij zijn financiën goed kan beheren en geen schulden heeft.
De bewindvoerder voerde verweer en stelde dat bewindvoering nog steeds noodzakelijk is vanwege het verleden van onnodige uitgaven en de vrees van zijn omgeving voor herhaling. De rechthebbende verblijft sinds mei 2018 in een klinische woonvorm met 24-uurs begeleiding, een situatie die aanleiding was voor de bewindvoering.
Het hof oordeelde dat de gronden voor bewindvoering nog steeds aanwezig zijn, mede doordat geen verklaring van de instelling is overgelegd waaruit blijkt dat de noodzaak is verdwenen. De rechthebbende heeft onvoldoende inzicht in zijn financiële situatie en kan zijn administratie niet zelfstandig beheren. Daarom werd de bestreden beschikking bekrachtigd en het bewind voortgezet.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot opheffing van het bewind omdat de noodzaak voor bewindvoering nog steeds bestaat.