Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 11 februari 2020
[appellant],
[geïntimeerde],
Het verdere verloop van het geding
De verdere beoordeling van het hoger beroep
Beslissing
- verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 29 juni 2018;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] tot op heden begroot op € 318,- aan verschotten en € 1.138,50 aan salaris advocaat en op € 157,- aan nasalaris voor de advocaat, nog te verhogen met € 82,- indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving in der minne aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden, en bepaalt dat het bedrag aan proceskosten binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak moet zijn voldaan, bij gebreke waarvan de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro verschuldigd is vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der algehele voldoening.