Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 18 februari 2020
[naam]
voorheen mr. G.A. Soebhag te Rotterdam),
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak stond het misbruik van een pinpas op naam van een derde centraal. Appellant weigerde medewerking te verlenen aan een door het hof benoemde deskundige voor een handschriftonderzoek, waardoor het onderzoek niet kon worden uitgevoerd.
Het hof concludeerde dat appellant daarmee zijn medewerkingsplicht schond en op grond van artikel 198 lid 3 Rv Pro de gevolgtrekking trok dat de betwiste handtekeningen door appellant zijn geplaatst. Dit leidde tot de conclusie dat appellant ook de geldopnames ter waarde van €16.400 heeft gedaan.
De grieven van appellant werden verworpen en het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover appellant was veroordeeld tot betaling van €12.500. In plaats daarvan werd appellant veroordeeld tot betaling van €16.400 plus wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten.
Daarnaast werd appellant veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, waaronder de kosten van het deskundigenonderzoek. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van €16.400 plus rente en kosten wegens misbruik pinpas en weigering medewerking deskundigenonderzoek.