Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 13 oktober 2020 (bij vervroeging)
[naam BV] B.V.,
[naam VOF] V.O.F.,
De procedure in hoger beroep
- de processtukken in eerste aanleg zoals opgesomd in het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 15 mei 2019, gewezen tussen [naam VOF] als eiseres en [naam BV] als gedaagde (hierna te noemen: het vonnis);
- de appeldagvaarding van 14 augustus 2019 van [naam BV] ;
- het arrest van 15 oktober 2019 van het hof waarbij een comparitie van partijen is gelast;
- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 3 december 2019;
- de memorie van grieven met producties van 21 januari 2020;
- de memorie van antwoord met een productie van 31 maart 2020;
- de akte van [naam BV] van 28 april 2020;
- de antwoordakte van [naam VOF] van 26 mei 2020.
Beoordeling van het hoger beroep
De kosten per boekjaar zijn nu ongeveer € 5.500 per jaar inclusief de Multivers licentie voor de reguliere werkzaamheden.
, jaarrekening, KVK, notulen 1x, loonheffingen voor 10 personeelsleden (zonder correcties jullie kant), aangiften LH, portal, vennootschapsbelasting, pensioenberekening (elke van toepassing 1 per jaar), inkomstenbelasting, uitstelregeling, controle aanslagen voor jou en je partner doen voor die € 5.500 ex BTW”.
(…) onderhanden werk is werk dat wij hebben afgerond (uren gemaakt), maar nog niet hebben gefactureerd. Bijvoorbeeld nu komen maandelijks de lonen bij het onderhanden werk erbij. Het gaat om € 8.266,56 exclusief btw en behelst administratie 2014/2015, lonen 2015/2016, jaarrekening, deponeringen, vennootschapsbelasting etc 2014, controle aanslagen, betalingsregelingen, HR-adviezen, correctie loonberekening etc etc.
Grieven I en IIvan [naam BV] zijn gericht tegen de veroordeling tot betaling van € 15.344,43. Volgens [naam BV] heeft [naam VOF] na 2013 voor standaardwerkzaamheden meer dan € 5.500,- exclusief btw per jaar in rekening gebracht. Ook stelt [naam BV] dat [naam VOF] werkzaamheden dubbel in rekening heeft gebracht en dat [naam VOF] werkzaamheden met betrekking tot het samenstellen van de jaarrekening 2016 in rekening heeft gebracht, terwijl tussen partijen vaststaat dat niet aan die jaarrekening is gewerkt. Met
grief IIIkomt [naam BV] op tegen de veroordeling in de proceskosten en de veroordeling tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten. Omdat de hoofdvordering van [naam VOF] ongegrond is, hadden ook deze vorderingen moeten worden afgewezen, stelt [naam BV] .