ECLI:NL:GHDHA:2020:1968
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag en boete motorrijtuigenbelasting wegens feitelijke beschikking over buitenlandse auto
Belanghebbende is eigenaar van een auto met Bulgaars kenteken en stond vanaf 5 februari 2014 ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) in Nederland. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een boete op wegens het niet betalen van belasting over de periode van 5 februari 2014 tot 14 mei 2018.
Belanghebbende betwistte dat hij de auto gedurende die gehele periode feitelijk in Nederland ter beschikking had en stelde dat de auto pas in november 2016 in Nederland was. Hij voerde aan dat de auto door zijn vader werd gebruikt en dat hij zijn hoofdverblijf in Bulgarije had. De rechtbank oordeelde dat de bewijslast bij belanghebbende lag en dat hij onvoldoende bewijs had geleverd om het vermoeden van hoofdverblijf en houderschap in Nederland te weerleggen.
In hoger beroep bevestigde het Hof deze uitspraak. Het Hof vond de door belanghebbende overgelegde verklaringen en stukken onvoldoende betrouwbaar en constateerde inconsistenties. Het Hof oordeelde dat het bewijs van de Inspecteur, waaronder de inschrijving in de BRP en het gebruik van de auto in Nederland, overtuigend was en dat de boete passend was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en boete worden bevestigd.