ECLI:NL:GHDHA:2020:2064
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onrechtmatig verkregen bewijs na onbevoegd openen autoportier
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor diefstal van goederen uit een kringloopwinkel, waarbij hij samen met anderen met braak de goederen zou hebben weggenomen. Het hof heeft in hoger beroep onderzocht of het bewijs dat tegen verdachte was verzameld rechtmatig was verkregen.
Op 21 april 2018 zag de politie twee personen bij een auto die verdacht gedrag vertoonden. Bij controle werd het bijrijdersportier geopend zonder dat er een wettelijke opsporingsbevoegdheid voor bestond. Hierdoor werden onder andere een schroevendraaier en zaklampen aangetroffen, die als inbrekerswerktuigen werden gekwalificeerd. Deze vondst leidde tot de inbeslagname van de auto en het aantreffen van gestolen goederen.
Het hof oordeelde dat het openen van het portier een ernstig en verwijtbaar vormverzuim was, omdat het niet kon worden gerechtvaardigd op grond van de wet. Dit vormverzuim leidde tot onrechtmatig verkregen bewijs dat uitgesloten moest worden. Zonder dit bewijs was er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om de verdachte te veroordelen, waardoor het hof de verdachte vrijsprak.
Daarnaast gelastte het hof de teruggave van de auto en de inbeslaggenomen goederen aan de rechtmatige eigenaren. Dit arrest werd uitgesproken op 12 oktober 2020 door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onrechtmatig verkregen bewijs na onbevoegd openen van het bijrijdersportier.