ECLI:NL:GHDHA:2020:2216
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vermindering kinderalimentatie en proceskostenveroordeling wegens beperkte draagkracht man
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep van een man tegen een beschikking van de rechtbank betreffende kinderalimentatie. De man had een summier beroepschrift ingediend en pas laat aanvullende stukken overgelegd. Het hof oordeelde dat ondanks de late indiening het beroep ontvankelijk was en nam de aanvullende gronden in behandeling.
De man stelde dat zijn draagkracht onvoldoende was om de vastgestelde alimentatie van €300 per maand te betalen, onderbouwde dit met zijn inkomen uit een nabestaandenuitkering, huurinkomsten en schulden. Het hof hield rekening met zijn schuldenlast en beperkte inkomen, maar oordeelde dat hij gezien zijn opleiding en werkverleden in ICT in redelijkheid betaalde arbeid kan verrichten. Daarom werd een termijn tot 1 april 2021 gegeven om werk te vinden.
Het hof bepaalde dat de man vanaf 14 januari 2020 €25 per maand kinderalimentatie moet betalen en vanaf 1 april 2021 €70 per maand, mits hij geen werk kan vinden. De vrouw werd erkend geen draagkracht te hebben. Tevens veroordeelde het hof de man tot betaling van de proceskosten van het hoger beroep van €630 vanwege zijn onzorgvuldige proceshouding die onnodige kosten veroorzaakte.
Uitkomst: De man moet vanaf 14 januari 2020 €25 per maand en vanaf 1 april 2021 €70 per maand kinderalimentatie betalen en wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €630.