ECLI:NL:GHDHA:2020:2236
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens doodslag en verboden wapenbezit te Rotterdam
Het gerechtshof Den Haag heeft het vonnis van de rechtbank Rotterdam vernietigd en in hoger beroep de verdachte veroordeeld voor doodslag en verboden wapenbezit. De bewezenverklaring van moord met voorbedachten rade werd niet aangenomen omdat het hof niet kon vaststellen dat de verdachte voorafgaand aan het feit tijd had voor beraad en bezinning.
De verdachte had op 11 april 2013 te Rotterdam met een vuurwapen meerdere kogels afgevuurd op het slachtoffer, die hierdoor overleed. Het alternatieve scenario van de verdachte dat een ander de schutter was, werd niet aannemelijk geacht en door het bewijs weerlegd. Het verweer van noodweer werd eveneens verworpen omdat geen sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding.
De straf werd gematigd tot 9 jaar gevangenisstraf vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De benadeelde partij kreeg een schadevergoeding van €5.568,50 toegewezen voor materiële schade. Een schadevergoedingsmaatregel voor immateriële schade aan het minderjarige kind van het slachtoffer werd afgewezen wegens niet tijdig voegen en overgangsrecht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 9 jaar gevangenisstraf voor doodslag en verboden wapenbezit, vrijspraak van moord met voorbedachten rade.