ECLI:NL:GHDHA:2020:2237
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid gerechtshof bij hoger beroep tenuitvoerlegging voorwaardelijke ISD-maatregel
De veroordeelde is bij onherroepelijk vonnis van de rechtbank Rotterdam een voorwaardelijke ISD-maatregel opgelegd. Na overtreding van de algemene voorwaarde heeft het Openbaar Ministerie een vordering tot tenuitvoerlegging ingediend. De rechtbank heeft deze vordering toegewezen, waartegen de veroordeelde hoger beroep heeft ingesteld bij het gerechtshof Den Haag.
Tijdens de behandeling van het hoger beroep heeft het hof ambtshalve de bevoegdheid tot kennisneming van het hoger beroep op de vordering tot tenuitvoerlegging onderzocht. Het hof concludeert dat op grond van de destijds geldende wetgeving (voor 1 januari 2020) het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden exclusief bevoegd is voor dit hoger beroep.
Daarom verklaart het hof Den Haag zich niet bevoegd en zendt het de stukken door naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling en afdoening. Het arrest in de strafzaak tegen de veroordeelde wegens poging tot doodslag is gelijktijdig behandeld en als bijlage toegevoegd.
Uitkomst: Het gerechtshof Den Haag verklaart zich niet bevoegd en zendt de stukken door naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.