Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[naam ] Transport B.V.,
1.[naam VOF] ,
2. [geïntimeerde 2] ,
3. [geïntimeerde 3] ,
mitsniet een andere verzekering de werkgever tegen het risico van aansprakelijkheid dekking verleent of zou hebben verleend, indien deze verzekering niet zou hebben bestaan. [naam ] c.s. voeren aan dat in dit geval de schade door een andere verzekering is gedekt, te weten de CTA-polis van [naam VOF] c.s. (zie nummer 2.7 hierboven). Het hof verwerpt dit beroep, omdat [naam VOF] c.s middellijk houder van de trailer zijn (via [geïntimeerde 4] ) en daarom op grond van artikel 3.1 van de polisvoorwaarden als verzekerde onder de polis geldt. De aansprakelijkheid van [naam VOF] c.s. vloeit naar het oordeel van het hof voort uit de tussen [naam VOF] c.s. en [naam ] Transport geldende overeenkomst van bruikleen, niet uit artikel 6:170 BW Pro. Dit betekent dat aan het bepaalde in artikel 3.2 van de polisvoorwaarden niet wordt toegekomen.
in zoverre opnieuw rechtdoende:
- veroordeelt [naam VOF] c.s. en [geïntimeerde 4] hoofdelijk, zodat betaling door de een de ander bevrijdt, tot betaling aan [naam VOF] Transport van een bedrag van € 1.820,- met de wettelijke rente daarover vanaf 1 februari 2018;
- compenseert de proceskosten in eerste aanleg, zodat elke partij de eigen kosten draagt;