ECLI:NL:GHDHA:2020:2270
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsingsverzoek voorlopige hechtenis wegens niet-naleving voorwaarden
Op 9 oktober 2020 heeft de verdachte een verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis ingediend bij de raadkamer van het gerechtshof Den Haag. Het verzoek werd behandeld op 26 november 2020, waarbij de verdachte niet aanwezig was. De advocaat van de verdachte en de advocaat-generaal werden gehoord.
De verdachte stelde dat schorsing noodzakelijk was vanwege persoonlijke belangen, waaronder het risico op baanverlies en de daaruit voortvloeiende financiële en huisvestingsproblemen, mede gezien zijn bewind wegens schuldenproblematiek. Het hof nam kennis van het veroordelend vonnis van de rechtbank Den Haag van 4 september 2020.
Het hof oordeelde dat de verdachte zich niet aan de schorsingsvoorwaarden had gehouden, met name door niet te verschijnen op de oproep in raadkamer. Daarnaast weegt het belang van de strafvordering, mede gelet op het veroordelend vonnis, zwaarder dan het belang van de verdachte bij schorsing. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen wegens niet-naleving van schorsingsvoorwaarden en het prevaleren van het belang van de strafvordering.