ECLI:NL:GHDHA:2020:2417
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling pseudo gemeenschap en verdeling mede-eigendom na echtscheiding onder huwelijkse voorwaarden
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen en een finaal verrekenbeding. De rechtbank had de echtscheiding uitgesproken en de verdeling van goederen vastgesteld, waaronder de echtelijke woning, garageboxen, voertuigen en inboedel. De man kwam in hoger beroep tegen de wijze van waardering en verrekening, met name over de peildatum en de verrekening van de overwaarde van de woning en garageboxen.
Het hof oordeelt dat er geen goederenrechtelijke gemeenschap is, maar een pseudo gemeenschap die op basis van verbintenisrecht moet worden afgewikkeld. De waardering van de woning wordt vastgesteld op een gemiddelde van de door partijen aangevoerde waarden per 6 december 2018. De overwaarde van de woning minus het aan de man toekomende economisch belang wordt verdeeld, waarbij de man aan de vrouw een bedrag van € 18.608,51 moet betalen.
De garageboxen behoren tot de pseudo gemeenschap en worden eveneens verdeeld, waarbij de waarde van de garagebox aan het adres 6 wordt verminderd met de investering van de kinderen. De toedeling van voertuigen en inboedel wordt bevestigd, waarbij de man niet wordt veroordeeld tot betaling van een gebruiksvergoeding aan de vrouw. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat elke partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank voor zover het de afwikkeling van de pseudo gemeenschap betreft en bepaalt de verrekening van de overwaarde woning en garageboxen, waarbij de man aan de vrouw € 18.608,51 moet betalen.