ECLI:NL:GHDHA:2020:2470
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging partneralimentatie ondanks betwisting draagkracht en behoeftigheid
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep van de man tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam inzake partneralimentatie na ontbinding van het huwelijk op 25 maart 2020.
De man betwistte de behoeftigheid van de vrouw en voerde aan dat hij onvoldoende draagkracht heeft vanwege schulden bij familie, terwijl de vrouw stelde dat zij door psychische en lichamelijke klachten niet in staat is om binnen afzienbare tijd in haar eigen levensonderhoud te voorzien. Het hof stelde vast dat de vrouw haar behoeftigheid voldoende heeft onderbouwd met medische verklaringen en omstandigheden zoals gebrek aan werkervaring en taalproblemen.
De man kon het bestaan en de noodzaak van zijn schulden niet overtuigend aantonen, ondanks het overleggen van enkele betalingsbewijzen. Het hof achtte de door de man opgevoerde lening niet voldoende bewezen en hield daarom bij de draagkrachtberekening geen rekening met deze schulden.
Daarom bevestigde het hof de partneralimentatie van €1.365 bruto per maand zoals vastgesteld door de rechtbank. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de partneralimentatie van €1.365 per maand en wijst het beroep van de man af wegens onvoldoende bewijs van schulden en voldoende onderbouwing van de behoeftigheid van de vrouw.