Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 15 december 2020
[verzoeker] ,
[naam B.V.] ,
De procedure in hoger beroep
Beoordeling van het hoger beroep
De vaststaande feiten
primair: een verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] is vernietigd per 26 maart 2020;
Wat betreft de aankoop van lampen heeft [verweerster] onvoldoende onderbouwd dat [verzoeker] hierover niet de waarheid heeft verklaard. Dat [verweerster] , zoals zij stelt, geen bonnetje daarvan heeft aangetroffen, is hiervoor onvoldoende. [verzoeker] heeft gesteld dat het nieuwe lampen betrof voor de bouwkeet bij het project Total Antwerpen en dat hij het bonnetje in de projectmap heeft gedaan. [verweerster] heeft niet gemotiveerd gesteld dat zij de betreffende bouwkeet/bouwketen heeft gecontroleerd en dat hier geen nieuwe lampen zijn aangetroffen. Dit had wel op haar weg gelegen, aangezien op haar de stelplicht en bewijslast rust dat [verzoeker] uren heeft verzuimd. Aan bewijslevering op dit punt komt het hof daarom niet toe.
De door [verzoeker] gestelde werkopname bij Ardagh Glass en de uitwerking en administratie daarvan heeft [verweerster] betwist, met de stelling dat voor het reinigen van E-filters door [verweerster] een vaste prijs met Ardagh Glass was overeengekomen en dat een werkopname dus niet nodig was. [verweerster] heeft wel erkend dat zij werkzaamheden heeft verricht voor Ardagh Glass in mei 2019. [verzoeker] heeft bovendien foto’s overgelegd van (naar hij stelt) Ardagh Glass, waarbij als datum en tijd is vermeld: “19 maart 09:07” en “19 maart 09:15”. Gelet op het gemotiveerde verweer van [verzoeker] zal [verweerster] moeten bewijzen dat [verzoeker] , anders dan hij zegt, op 19 maart 2019 geen werkopname bij Ardagh Glass heeft gedaan en dus evenmin daarvoor administratieve werkzaamheden heeft verricht.
donderdag 21 maart 2019 en vrijdag 22 maart 2019heeft [verzoeker] een snipperdag opgenomen. Op
maandag 25 maart 2019is hij de hele dag afwezig geweest vanwege een bezoek aan het ziekenhuis. Deze dagen vormen geen discussiepunt tussen partijen.
woensdag 10 tot en met vrijdag 12 april 2019had [verzoeker] snipperdagen opgenomen. Deze dagen staan tussen partijen niet in discussie.
Beslissing
26 maart 2021 van 9.00 uur tot (uiterlijk) 13.00 uur;
- bepaalt dat [verweerster] als eerste in de gelegenheid zal zijn om getuigen te doen horen, zoals vermeld in overweging 7.1 van deze beschikking;
- bepaalt dat, indien één der partijen binnen veertien dagen na heden, onder gelijktijdige opgave van de verhinderdata van beide partijen en de te horen getuigen in de maanden maart tot en met mei van 2021, opgeeft dan verhinderd te zijn, de raadsheer-commissaris (in beginsel eenmalig) een nadere datum en tijdstip voor de getuigenverhoren zal vaststellen;
- verstaat dat het hof reeds beschikt over een kopie van de volledige procesdossiers in eerste aanleg en in hoger beroep, inclusief producties, zodat overlegging daarvan voor het getuigenverhoor niet nodig is;
- houdt iedere verdere beslissing aan.