ECLI:NL:GHDHA:2020:260
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- M.W. Koek
- A.E. Sutorius-Van Hees
- A.A.F. Donders
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie: draagkracht man onvoldoende onderbouwd voor schulden
In deze civiele zaak gaat het om een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam inzake kinderalimentatie. De man verzoekt het hof om rekening te houden met zijn schulden bij de berekening van zijn draagkracht en tevens om de uitvoerbaarverklaring bij voorraad te schorsen. Het hof vernietigt de bestreden beschikking en stelt een lagere kinderalimentatie vast.
De man heeft een netto besteedbaar inkomen van €1.798 per maand en stelt dat hij schulden heeft bij ING en de Belastingdienst, en dat hij onderhoudsplichtig is voor een tweede kind. Het hof oordeelt dat de schulden onvoldoende zijn onderbouwd, omdat de man geen recente bewijsstukken of belastingaangifte heeft overgelegd. Ook is onvoldoende bewijs geleverd van onderhoudsplicht voor een tweede kind. De vrouw heeft bezwaar gemaakt tegen het meenemen van deze schulden in de draagkrachtberekening.
De behoefte van de minderjarige wordt vastgesteld op €506 per maand. De draagkracht van de vrouw wordt berekend op €463 per maand, en die van de man op €237 per maand. De alimentatie wordt verdeeld naar rato van draagkracht, waarbij de man een bijdrage van €171 per maand moet betalen. Het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring wordt afgewezen omdat het belang van de man ontbreekt nu op de hoofdzaak wordt beslist.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en stelt de kinderalimentatie vast op €171 per maand zonder rekening te houden met de niet-onderbouwde schulden van de man.