Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte (m)],
mishandeling), zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Gerechtshof Den Haag
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor mishandeling van de aangeefster, waarbij hij haar een klap in het gezicht zou hebben gegeven. In hoger beroep stelde het hof vast dat de aangeefster de verdachte eerst had geslagen, waarna de verdachte uit zelfverdediging handelde om uit de woning te kunnen ontsnappen.
Het hof concludeerde dat de verdachte zich in een smalle hal bevond met de portiekdeur gesloten, waardoor hij werd geconfronteerd met een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding. Hoewel bij de aangeefster een gebroken onderkaak werd vastgesteld, kon niet worden vastgesteld dat de klap van de verdachte disproportioneel was ten opzichte van de aanval.
Daarom kwam het hof tot het oordeel dat het beroep op noodweer slaagde en sprak de verdachte vrij van mishandeling. Tevens werd de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens geslaagd beroep op noodweer bij mishandeling.