ECLI:NL:GHDHA:2020:2836
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- J.T. Sanders
- U.E. Tromp
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat medische hulpmiddelen niet onder verlaagd btw-tarief geneesmiddelen vallen
Belanghebbende, een producent en leverancier van farmaceutische producten zonder handelsvergunning, voerde aan dat haar producten, die als medische hulpmiddelen met CE-markering worden verkocht, onder het verlaagde btw-tarief voor geneesmiddelen zouden moeten vallen. Zij stelde dat deze producten uitwisselbaar zijn met niet-receptplichtige geneesmiddelen en dat het fiscale neutraliteitsbeginsel werd geschonden door het hogere btw-tarief toe te passen.
De Rechtbank verklaarde de beroepen van belanghebbende ongegrond en wees ook het verzoek om proceskostenvergoeding af. In hoger beroep bevestigde het Hof dit oordeel. Het Hof overwoog dat de producten van belanghebbende niet onder de wettelijke definitie van geneesmiddelen met handelsvergunning vallen en dat het onderscheid in btw-tarief gerechtvaardigd is door het verschil in wettelijke regulering, kwaliteitscontrole en consumentenperceptie.
Het Hof benadrukte dat het fiscale neutraliteitsbeginsel niet is geschonden omdat de verschillen tussen de medische hulpmiddelen en geneesmiddelen relevant zijn voor de consument en dat het aan de wetgever is om binnen de grenzen van het unierecht de juiste keuzes te maken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verlaagde btw-tarief wordt niet toegepast op de medische hulpmiddelen van belanghebbende.