ECLI:NL:GHDHA:2020:2839
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep mishandeling moeder met bijten, geen straf opgelegd na mediation
In hoger beroep is de verdachte veroordeeld voor het mishandelen van haar moeder door haar in de arm te bijten. De rechtbank had een taakstraf opgelegd, maar het hof vernietigde dit vonnis en deed opnieuw recht.
De verdachte stelde zich op het standpunt dat zij uit noodweer handelde nadat haar moeder haar aanviel en op het hoofd sloeg. Het hof oordeelde dat er geen sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding die noodweer rechtvaardigde, en verwierp dit verweer.
Het bewezenverklaarde betreft mishandeling. Er zijn geen omstandigheden die strafbaarheid uitsluiten. Tijdens de procedure bleek dat verdachte en haar moeder een mediationtraject succesvol hadden afgerond, waarbij zij afspraken maakten en pijnpunten bespraken.
Het hof hechtte hieraan grote waarde en besloot op grond van artikel 51h Sv geen straf of maatregel op te leggen. Daarmee werd het vonnis van de politierechter vernietigd en werd de verdachte vrijgesteld van strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte schuldig aan mishandeling, maar geen straf opgelegd vanwege mediation.