ECLI:NL:GHDHA:2020:2869
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van aanslag en weigering aftrek kosten PGB-zorgverlening
Belanghebbende ontving voor 2016 een persoonsgebonden budget (PGB) van € 42.000 voor de zorg aan zijn broer en gaf in zijn aangifte een belastbaar inkomen uit werk en woning op van € 29.698, inclusief een resultaat uit overige werkzaamheden van € 12.000 na aftrek van € 30.000 kosten. De Inspecteur corrigeerde dit naar een belastbaar inkomen van € 59.698 met een resultaat uit overige werkzaamheden van € 42.000, en legde tevens een verzuimboete en belastingrente op.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond omdat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij de kosten van € 11.707 voor inhuur van derden daadwerkelijk had gemaakt. Belanghebbende kon geen bewijsstukken overleggen en zijn verklaring dat zorgverleners zwart betaald werden werd niet als voldoende bewijs geaccepteerd.
In hoger beroep bevestigde het Hof deze beoordeling. Het Hof oordeelde dat de rechtbank op goede gronden het beroep ongegrond had verklaard en dat belanghebbende ook in hoger beroep geen bewijs had geleverd. Het Hof vond de verklaring over zwartwerkende zorgverleners niet geloofwaardig en wees erop dat belanghebbende zelfs geen ondersteunende verklaringen van derden had overgelegd.
De boete en belastingrente werden eveneens gehandhaafd. Het Hof veroordeelde partijen niet in de proceskosten en bevestigde de aanslagen en de weigering van aftrek van de kosten. Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen inclusief boete en rente worden bevestigd.