ECLI:NL:GHDHA:2020:2948
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs voor handel en bezit verdovende middelen
In hoger beroep heeft het Gerechtshof Den Haag het vonnis van de kinderrechter vernietigd en verdachte vrijgesproken van het opzettelijk handelen in en/of aanwezig hebben van verdovende middelen. De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld tot een taakstraf en subsidiair jeugddetentie wegens handel en bezit van cocaïne, hennep en heroïne.
De verdediging voerde aan dat de staandehouding en fouillering onrechtmatig waren en dat de indicatieve test op de gripzakjes ontbrak, waardoor het bewijs onvoldoende was. Het hof liet het verweer inzake onrechtmatig bewijs buiten beschouwing wegens gebrek aan belang, maar oordeelde dat het dossier geen bewijs bevat dat de indicatieve test op de gripzakjes is verricht.
Omdat het dossier ook geen ander bewijs bevat dat de gripzakjes de tenlastegelegde verdovende middelen bevatten, acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde. Daarom werd verdachte integraal vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs dat de gripzakjes de tenlastegelegde verdovende middelen bevatten.