Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Zaaknummer rechtbank : C/09/530740 / HA ZA 17-418
arrest van 4 februari 2020
CHL International B.V.,
Antea Participaties VII B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Veronderstellingen:
Koopsom
Belangrijkste voorwaarden koop- en verkoopovereenkomst
Voorbehouden
Kosten
Bij doorgaan van de voorgenomen transactie komen de kosten van de quick scan, het due diligence onderzoek, het opstellen van de contracten en eventuele overige transactiekosten (voor zover Antea hier opdracht voor heeft gegeven) t.l.v. Newco.
Exclusiviteit
(…)
Woensdag hebben wij de situatie van de CAO besproken en dat CHL zelf de gesprekken aangaat.
Bijgaand de opzet koopsom CHL per heden als reactie op de opstelling in de DD.
Onttrekkingen 2016 vwb milieu/transactie/artemis zullen uiteindelijk bij echte closing definitief moeten worden bepaald.”
Hierbij sturen wij onze reactie op de Netto Schuld positie en de bijstelling obv aangepaste prognose.”
Voorstel:Wij stellen voor de kooprijs van de aandelen bij Closing op nul te stellen en de beoogde Koopprijs van Aandelen (zie boven: € 195k) bij de earn-out van 2016 op te tellen. Hiermee wordt de koopprijs van de aandelen op Closing niet negatief, maar houdt het wel rekening met het hoge risico van een lager resultaat 2016.
Vorige week liet ik Antea al weten dat het ter discussie stellen van de ondernemingswaarde voor [X] een ‘no go’ area is en dit voor hem onbespreekbaar zou zijn. Dat wij gisteren desondanks een voorstel van Antea ontvingen (waarbij de conclusie is dat er een negatieve koopsom zou zijn, maar voor nu bij closing de koopsom op nul te stellen en onzeker te houden door het verschil te combineren met de earn-out 2016), ziet [X] dan ook als onredelijk en kwalificeert hij als een impliciete beëindiging door Antea van de onderhandelingen. [X] gaat er daarom van uit dat de geplande besprekingen van aanstaande maandag en dinsdag niet meer door zullen gaan.”
Voor alle duidelijkheid: de in de intentieverklaring gemaakte afspraken over de kosten (pagina 5 en 6) blijven onverminderd van kracht.”
Over het over en weer verhalen van gemaakte kosten is vrijdag kort gesproken. Hoewel wij op basis van de in de LOI neergelegde afspraken aanspraak kunnen maken op vergoeding van de tot op heden gemaakte advieskosten, hebben wij aangegeven daarvan af te zien, waarbij uiteraard gold dat ook Antea geen aanspraak zou pretenderen te hebben op vergoeding van kosten onder de LOI.”
Aangezien wij [een] in de LOI een maximum van € 100.000 hebben afgesproken zal het bedrag aan Antea verlaagd worden met € 284,25 tot € 21.640,75.”
(…)
in conventie– samengevat weergegeven – gevorderd, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, CHL te veroordelen tot betaling aan Antea van een bedrag van € 116.455,44, de buitengerechtelijke kosten ad € 2.346,85, de proceskosten en de nakosten, alles vermeerderd met de wettelijke rente.
in reconventiegevorderd Antea te veroordelen, uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van een bedrag van € 124.048,90, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente daarover en met veroordeling van Antea in de proceskosten.
Grief 1richt zich tegen de weergave van de vaststaande feiten door de rechtbank. Het hof heeft de feiten in dit arrest, voor zover nodig, opnieuw vastgesteld, zodat CHL geen belang heeft bij bespreking van deze grief.
grief 2betoogt CHL dat partijen op 15 juli 2016 over en weer afstand hebben gedaan van hun recht op vergoeding van de transactiekosten en beklaagt zij zich erover dat de rechtbank aan het door haar in dit verband gedane (concrete en gespecificeerde) bewijsaanbod is voorbijgegaan.
grieven 3 en 5 tot en met 7van CHL zich richten. Het hof zal deze grieven dan ook eerst behandelen.
onder voorbehoudakkoord is met de transactie, dat het voorbehoud mede ziet op aanpassingen op de prijs en op een aantal zaken uit het DD rapport welke nader onderzoek behoeven, waarbij zij aangeeft dat tevens onderzocht dient te worden welke invloed deze issues hebben op de toekomstige winstgevendheid van de onderneming, en dat de uitkomst van dit onderzoek Antea dient te conveniëren. Anders dan CHL stelt kan daaruit niet worden afgeleid dat sprake was van een ‘
go-besluit’ van de RvC. Gelet op de bewoordingen van de kostenbepaling, de uitkomsten van het due diligence onderzoek en het e-mailbericht van 21 april 2016 had het voor CHL duidelijk moeten zijn dat aan de voorwaarden voor het inroepen van de kostenbepaling was voldaan als Antea zou afzien van de transactie vanwege deze door Antea opgeworpen zaken/issues, en mocht Antea ervan uitgaan dat CHL dit ook zo had begrepen.
grieven 3 en 5 tot en met 7, voor zover zij anders betogen, falen.
grief 2van CHL zich tegen dit oordeel.