Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 3 maart 2020
hierna te noemen: [Dochter twee] ,
hierna te noemen: [Zoon een] ,
hierna te noemen: [Kleinkind een] ,
hierna te noemen: [Kleinkind twee] ,
geïntimeerden,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
- [Dochter twee] c.s. (hoofdelijk) te veroordelen tot voldoening aan [Dochter een] van het (restant) moederlijk erfdeel van € 22.674,23;
- [Dochter twee] c.s. (hoofdelijk) te veroordelen tot voldoening aan [Dochter een] van de legitieme portie van € 10.904,96;
- [Dochter twee] c.s. (hoofdelijk) te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over voornoemde vorderingen, te rekenen vanaf 1 mei 2018 tot de dag der algehele voldoening;
- [Dochter twee] c.s. (hoofdelijk) te veroordelen in de proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep, eventuele nakosten daaronder begrepen;
- althans zodanig te oordelen als het hof in goede justitie zal vermenen te behoren.
Beslissing
- het moederlijk erfdeel van [Dochter een] van € 22.674,23;
- de legitimaire aanspraak van [Dochter een] van € 10.904,96;
- de wettelijke rente over de genoemde bedragen, te rekenen vanaf 11 juli 2018 tot de dag der algehele voldoening;