ECLI:NL:GHDHA:2020:411
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging omgangsregeling na geschil over begeleiding en veiligheid minderjarige
In deze zaak is het hoger beroep ingesteld door de moeder tegen een vonnis van de voorzieningenrechter inzake de omgangsregeling tussen de vader en hun minderjarige kind. De moeder had de omgang stopgezet naar aanleiding van een incident en stelde dat nader onderzoek noodzakelijk was om het belang van het kind te waarborgen.
Het hof overweegt dat het spoedeisend belang van de vader bij omgangscontacten aanwezig is, omdat er op het moment van het beroep geen omgang was. De omgangsregeling zoals vastgesteld in de bodemprocedure blijft het uitgangspunt. De zorgen van de moeder over veiligheid en begeleiding zijn reeds meegewogen door de rechtbank en onvoldoende onderbouwd in hoger beroep.
Het hof concludeert dat de omgang hervat moet worden zonder verdere begeleiding, en dat de dwangsom bij niet-naleving passend is. De proceskosten worden gecompenseerd en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en bevestigt de omgangsregeling zonder verdere begeleiding.