ECLI:NL:GHDHA:2020:425
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- L.A.J.M. van Dijk
- H.M.D. de Jong
- A.M. Zwaneveld
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bedreiging met misdrijf tegen het leven wegens ontbreken redelijke vrees
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht, gepleegd door een medewerkster van de gemeente Den Haag telefonisch te bedreigen met woorden die verwezen naar een recente schietpartij in Utrecht. De rechtbank had de verdachte veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf, maar het hof kwam tot een andere beoordeling.
Tijdens het hoger beroep heeft het hof het bewijs en de omstandigheden van het telefoongesprek onderzocht, waarbij werd vastgesteld dat slechts drie personen op de hoogte waren van de bedreigende uitlatingen: de medewerkster zelf, een collega van haar en de persoon die namens de gemeente aangifte deed. Het hof heeft geoordeeld dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat bij één of meer van deze personen de redelijke vrees kon ontstaan dat zij het leven zouden verliezen of zwaar lichamelijk letsel zouden oplopen.
Het hof overwoog dat hoewel de bedreiging mogelijk de algemene veiligheid in gevaar had kunnen brengen, dit niet aan de verdachte ten laste was gelegd en dus buiten beschouwing bleef. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en de verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag op 6 maart 2020, waarbij één rechter buiten staat was het arrest te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken wegens ontbreken van redelijke vrees voor het leven of zwaar letsel bij bedreigde personen.