ECLI:NL:GHDHA:2020:487
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs professioneel vuurwerk bij bekerfinale
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het bezit en ontsteken van professioneel vuurwerk, een handfakkel, tijdens de bekerfinale op 22 april 2018 in Rotterdam. Tegen deze veroordeling stelde hij hoger beroep in bij het gerechtshof Den Haag.
Tijdens de zitting in hoger beroep ontkende de verdachte het vasthouden van een handfakkel of ander vuurwerk. Het hof oordeelde dat, zelfs aangenomen dat de verdachte vuurwerk bij zich had of tot ontbranding bracht, niet wettig en overtuigend was bewezen dat het om professioneel vuurwerk ging zoals bedoeld in het Vuurwerkbesluit. Het proces-verbaal en de foto’s waren onvoldoende bewijs.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde. De advocaat-generaal had nog een geldboete geëist, maar het hof kon zich hier niet in vinden vanwege het ontbreken van bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van bezit en ontsteken van professioneel vuurwerk.