ECLI:NL:GHDHA:2020:488
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs professioneel vuurwerk bij bekerfinale
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het bezit en ontsteken van professioneel vuurwerk, te weten een handfakkel, tijdens de bekerfinale op 22 april 2018 in Rotterdam. Hij stelde in hoger beroep dat hij geen vuurwerk heeft vastgehouden.
Het hof heeft het bewijs, waaronder het proces-verbaal van bevindingen en onduidelijke foto's, beoordeeld en geoordeeld dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat het vuurwerk professioneel was zoals bedoeld in het Vuurwerkbesluit. De advocaat-generaal had een veroordeling gevorderd, maar het hof kon zich niet verenigen met het vonnis van de politierechter.
Daarom vernietigt het hof het vonnis en spreekt de verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten. Het arrest is uitgesproken op 19 maart 2020 door drie rechters, waarbij één rechter het arrest niet heeft ondertekend.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van bezit en ontsteken van professioneel vuurwerk.