ECLI:NL:GHDHA:2020:505

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
17 maart 2020
Publicatiedatum
20 maart 2020
Zaaknummer
200.259.904/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 222 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voeging van twee hoger beroepen tegen hetzelfde vonnis om tegenstrijdige uitspraken te voorkomen

De Gemeente Zaanstad is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Den Haag. BEZ c.s. heeft een incidentele vordering tot voeging ingesteld op grond van artikel 222 Rv Pro, omdat ook zij hoger beroep heeft ingesteld tegen hetzelfde vonnis en hetzelfde feitencomplex betreft.

Het hof oordeelt dat de zaken zodanig met elkaar verbonden zijn dat gelijktijdige behandeling door dezelfde rechter gewenst is om tegenstrijdige uitspraken te voorkomen. Daarom beveelt het hof de voeging van de twee zaken.

De proceskosten in het incident worden gecompenseerd, zodat partijen ieder hun eigen kosten dragen. De hoofdzaak wordt verwezen naar een rolzitting voor het nemen van een memorie van antwoord door BEZ c.s. en verdere beslissingen worden aangehouden.

Het arrest is gewezen door drie raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 17 maart 2020.

Uitkomst: Het hof beveelt de voeging van de twee hoger beroepen en compenseert de proceskosten in het incident.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.259.904/01
Zaaknummer rechtbank : C/09/540873/ HA ZA 17-1049

arrest van 17 maart 2020 in het incident ex artikel 222 Rv Pro

inzake

Gemeente Zaanstad,

zetelend te Zaanstad,
appellante in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
hierna te noemen: de Gemeente,
advocaat: mr. M.W. Langhout te Haarlem,
tegen:

1. Belangenvereniging Erfpacht Zaanstad,

gevestigd te Zaanstad,
2. [geïntimeerde 2]en
[geïntimeerde 2a],
wonende te [woonplaats],

3. [geïntimeerde 3],

wonende te [woonplaats],
4. [geïntimeerde 4]en
[geïntimeerde 4a],
wonende te [woonplaats],
5. [geïntimeerde 5]en
[geïntimeerde 5a],
wonende te Zaandstad,
6. [geïntimeerde 6]en
[geïntimeerde 6a],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerden in de hoofdzaak,
eisers in het incident,
hierna gezamenlijk te noemen: BEZ c.s. (mannelijk enkelvoud),
advocaat: mr. L.E. de Geer te Amsterdam,

Het geding

Bij exploot van 18 februari 2019 is de Gemeente in hoger beroep gekomen van het door de rechtbank Den Haag tussen partijen gewezen vonnis van 28 november 2018 (ECLI:NL:RBDHA:2018:14139) (hierna: het bestreden vonnis). Op 1 oktober 2019 heeft de Gemeente haar memorie van grieven (inclusief producties) genomen. BEZ c.s. heeft hierop een incidentele vordering ex art. 222 Rv Pro tot voeging ingesteld. De Gemeente heeft zich bij conclusie van antwoord in dit incident gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Vervolgens is arrest in het incident gevraagd.

Beoordeling van de incidentele vordering

BEZ c.s. legt aan zijn incidentele vordering tot voeging op de voet van artikel 222 Rv Pro ten grondslag dat hij ook hoger beroep heeft ingesteld tegen het bestreden vonnis (geregistreerd onder zaaknummer 200.255.192/01). Het betreft hetzelfde feitencomplex, waardoor ongevoegde behandeling van beide zaken tot tegenstrijdige uitspraken kan leiden.
Het hof is van oordeel dat, nu beide hoger beroepen zich richten tegen hetzelfde bestreden vonnis, sprake is van een zodanige band dat het belang van een goede en doelmatige behandeling meebrengt dat beide zaken zoveel mogelijk gelijktijdig worden behandeld en beslist door dezelfde rechter. Het hof zal daarom de voeging van deze zaak met de zaak met zaaknummer 200.255.192/01 bevelen.
Het hof ziet aanleiding om de proceskosten in dit incident te compenseren.
Het hof zal, met instemming van de Gemeente, de hoofdzaak verwijzen naar de rol voor memorie van antwoord aan de zijde van BEZ c.s.
Dit leidt tot de volgende beslissingen.

Beslissing in het incident

Het hof:
in het incident:
- beveelt de voeging van de onderhavige zaak met de zaak met zaaknummer 200.255.192/01;
- compenseert de proceskosten in dit incident in die zin dat partijen hun eigen kosten dragen;
in de hoofdzaak:
- verwijst de zaak naar de rol van 28 april 2020 voor het nemen van een memorie van antwoord door BEZ c.s.;
- houdt verder iedere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, A.A. Muilwijk-Schaaij en R.M. Hermans en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 maart 2020 in aanwezigheid van de griffier.