ECLI:NL:GHDHA:2020:585
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inbraak en vernieling voormalige school met schadevergoeding
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor diefstal en vernieling in een voormalige school te Dordrecht. In hoger beroep betwistte de verdediging de betrokkenheid van de verdachte en stelde een scenario met een derde persoon voor. Het hof achtte dit scenario niet aannemelijk en bevestigde dat de verdachte samen met een ander de inbraak pleegde en de deur beschadigde.
Het hof baseerde zich op de bewijsoverwegingen van de rechtbank en het verhandelde ter terechtzitting. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee dagen, met aftrek van voorarrest, en een taakstraf van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis. De strafmaat werd aangepast vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De benadeelde partij [slachtoffer 1] vorderde materiële schadevergoeding van € 1.394,80, waarvan in hoger beroep € 685,78 werd toegewezen. De verdachte werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 30 september 2016.
Het hof vernietigde het vonnis van eerste aanleg en deed opnieuw recht, waarbij het de verdachte strafbaar verklaarde voor de bewezenverklaarde feiten en de rest vrijsprak. De gijzeling werd bepaald op maximaal 13 dagen, welke de betalingsverplichting niet opheft.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 2 dagen gevangenisstraf, 120 uur taakstraf en betaling van €685,78 schadevergoeding.