ECLI:NL:GHDHA:2020:675
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- A.H.N. Stollenwerck
- A.N. Labohm
- P.B. Kamminga
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep omgangsregeling minderjarige kinderen na scheiding
Partijen, voormalige partners, hebben twee minderjarige kinderen. Na diverse kort gedingen is een omgangsregeling overeengekomen waarbij de man omgang met de kinderen heeft, aanvankelijk onder begeleiding, later onbegeleid. De vrouw stelt dat onbegeleide omgang niet in het belang van de kinderen is vanwege zorgen over hun welzijn, waaronder angst van het oudste kind en een melding bij Veilig Thuis.
De voorzieningenrechter veroordeelde de vrouw tot medewerking aan onbegeleide omgang en stelde een dwangsom in bij niet-nakoming. De vrouw kwam in hoger beroep tegen dit vonnis en voerde aan dat de omgang alleen onder begeleiding mag plaatsvinden vanwege contra-indicaties en bedreigingen.
Het hof oordeelt dat de voorlopige zorgregeling rechtsgeldig tot stand is gekomen en dat geen zwaarwegende belangen van de minderjarigen zijn gebleken die zich verzetten tegen onbegeleide omgang. Het bewijs van contra-indicaties is onvoldoende onderbouwd en de omgang verloopt goed volgens het WilmaHuis. De dwangsom blijft gehandhaafd om nakoming te waarborgen.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden vonnis bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat onbegeleide omgang tussen de man en de minderjarige kinderen toestaat en handhaaft de dwangsom bij niet-nakoming.