ECLI:NL:GHDHA:2020:683
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- A.N. Labohm
- P.B. Kamminga
- A.H.N. Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging contact- en straatverbod tussen vrouwen na verlenging voorlopige hechtenis
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen een vonnis in kort geding waarin een contact- en straatverbod werd opgelegd aan [Vrouw EEN] ten behoeve van [Vrouw TWEE]. [Vrouw TWEE] had een affectieve relatie gehad met de ex-partner van [Vrouw EEN]. [Vrouw EEN] was in voorlopige hechtenis genomen op verdenking van een strafbaar feit tegen [Vrouw TWEE], waarbij de hechtenis meerdere malen was verlengd.
Het contact- en straatverbod verbiedt [Vrouw EEN] gedurende één jaar om binnen 300 meter van de woning van [Vrouw TWEE] te komen en contact met haar te hebben. [Vrouw EEN] vorderde vernietiging van dit vonnis en stelde dat er geen spoedeisend belang meer was, mede omdat de voorlopige hechtenis was verlengd en mogelijk geschorst onder strikte voorwaarden.
Het hof oordeelde dat het spoedeisend belang nog steeds aanwezig was, omdat niet zeker was dat de schorsingsvoorwaarden voldoende bescherming boden. Ook werd geoordeeld dat het verbod proportioneel was, mede omdat de woning van [Vrouw EEN] buiten de 300 meter zone lag. Het bewijsaanbod van [Vrouw EEN] werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en ongeschiktheid in kort geding.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde [Vrouw EEN] in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het contact- en straatverbod en veroordeelt de appellant in de proceskosten.