ECLI:NL:GHDHA:2020:704
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven en verschijning
De verdachte is in hoger beroep gegaan tegen het vonnis van de politierechter in Rotterdam van 11 september 2019. Tijdens de zitting op 12 maart 2020 is vastgesteld dat de verdachte geen schriftelijke grieven tegen het vonnis had ingediend en niet zelf ter terechtzitting was verschenen. Zijn raadsvrouw was wel aanwezig, maar niet gemachtigd om namens hem de verdediging te voeren. Hierdoor zijn er geen mondelinge bezwaren tegen het vonnis naar voren gebracht.
De advocaat-generaal heeft daarom gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep. Het hof heeft ambtshalve geen redenen gevonden om de zaak inhoudelijk te behandelen. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is de verdachte niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is uitgesproken door het Gerechtshof Den Haag op 12 maart 2020. De beslissing betekent dat het hoger beroep niet wordt behandeld en het vonnis van de politierechter blijft staan.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en niet verschijnen ter terechtzitting.