ECLI:NL:GHDHA:2020:712

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
17 maart 2020
Publicatiedatum
1 april 2020
Zaaknummer
2200040618
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:21 Wetboek van StrafvorderingArt. 77dd Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing tenuitvoerlegging voorwaardelijke taakstraf en verlenging proeftijd jeugdige

De jeugdige veroordeelde is bij onherroepelijk arrest veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 60 uren met een proeftijd. Het Openbaar Ministerie verzocht de tenuitvoerlegging van deze taakstraf omdat de veroordeelde zich niet aan de bijzondere voorwaarden hield.

Tijdens de terechtzitting op 3 maart 2020, waarbij ook de jeugdreclasseringswerker en de voogd aanwezig waren, bleek uit rapportage dat de veroordeelde de voorwaarden niet naleefde. Hoewel dit normaal gesproken aanleiding geeft tot tenuitvoerlegging, is de jeugdige sinds 28 februari 2020 met rechterlijke machtiging uithuisgeplaatst in een gesloten jeugdhulpinstelling.

Het hof acht het verstoren van dit traject ongewenst en wijst daarom de vordering van het Openbaar Ministerie af. Wel wordt de proeftijd verlengd met één jaar, waarbij de veroordeelde zich moet blijven melden bij de jeugdreclassering, een agressieregulatiebehandeling moet volgen en onderwijs of zinvolle dagbesteding moet voortzetten.

Uitkomst: Vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke taakstraf wordt afgewezen en proeftijd wordt verlengd met één jaar.

Uitspraak

Rolnummer 22-000406-18
Datum uitspraak 17 maart 2020

GERECHTSHOF DEN HAAG

meervoudige kamer

BESLISSING

gegeven op de vordering van het Openbaar Ministerie op grond van artikel 6:6:21, eerste lid, onder a (oud: artikel 77dd Wetboek van Strafrecht), van het Wetboek van Strafvordering in de zaak tegen de veroordeelde, genaamd:

[naam],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
[verblijfplaats].
Procesgang
De veroordeelde is bij onherroepelijk arrest van dit gerechtshof van 30 april 2019 met bovengemeld rolnummer - voor zover hier van belang - veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 60 uren met een proeftijd van
2 jaren, onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
  • verplicht is zich gedurende de volledige proeftijd op nader te bepalen dagen/tijdstippen te melden bij het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, indien en voor zover de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
  • zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van een door de jeugdreclassering aan te wijzen deskundige/instelling, indien en voor zover de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht en op de tijden en plaatsen als door of namens die deskundige/instelling vast te stellen teneinde een behandeling voor agressieregulatie te volgen;
  • onderwijs zal volgen en/of een zinvolle dagbesteding heeft in de vorm van werk gedurende volledige proeftijd.
Door het Openbaar Ministerie is op 15 november 2019 een schriftelijke vordering ingediend. Deze houdt in dat het hof de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde taakstraf zal gelasten, aangezien de veroordeelde zich niet aan de gestelde bijzondere voorwaarden heeft gehouden.
Het hof heeft deze vordering (na aanhouding van de behandeling wegens verhindering van de raadsvrouw op 13 december 2019) behandeld ter terechtzitting achter gesloten deuren van
3 maart 2020. Daar zijn gehoord de veroordeelde, zijn raadsvrouw mr. D.G. Nagel, advocate te Almere, en de advocaat-generaal mr. H.H.J. Knol. Als deskundige is gehoord de jeugdreclasseringswerker [naam jeugdreclasseringswerker]. Tevens is gehoord de voogd van de veroordeelde, [naam voogd], werkzaam bij het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering.
De raadsvrouw heeft afwijzing van de vordering en verlenging van de proeftijd bepleit.
Motivering van de beslissing
Volgens de Rapportage negatieve terugmelding Jeugdreclassering d.d. 4 november 2019, heeft de veroordeelde de bij voormeld arrest opgelegde bijzondere voorwaarden niet nageleefd.
Het is blijkens de inhoud van deze rapportage geheel aan de veroordeelde te wijten dat de bijzondere voorwaarden niet zijn nageleefd. Het geven van een last tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde taakstraf is daarom in beginsel gerechtvaardigd.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zeer recent (met ingang van 28 februari 2020) met een rechterlijke machtiging uithuisplaatsing voor een periode van 3 maanden in een instelling voor gesloten jeugdhulp is geplaatst. Gelet op deze omstandigheid acht het hof het raadzaam de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf thans niet te gelasten, om dit ingezette traject niet te verstoren. Het hof zal de vordering van het Openbaar Ministerie dan ook afwijzen.
Het hof acht evenwel – gelet op het voortzetten van de voor de veroordeelde vereiste begeleiding in zoveel mogelijk kaders - termen aanwezig om de proeftijd éénmaal te verlengen met
1. jaar.
Beslissing
Het hof:
Wijst de vordering van het Openbaar Ministerie af.
Verlengt de proeftijd als vermeld in het arrest van dit gerechtshof van 30 april 2019 met een termijn van 1 (één) jaar
.
Deze beslissing is gegeven door
mrs. C.H.M. Royakkers, H.P.Ch. van Dijk en H.C. Grootveld,
in bijzijn van de griffier mr. J.C.A. Verhoef, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 17 maart 2020.
Mr. Grootveld is buiten staat deze beslissing te ondertekenen.