ECLI:NL:GHDHA:2020:745
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens ontbreken grieven
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Rotterdam van 8 juli 2019. Verdachte verscheen niet ter terechtzitting in hoger beroep en diende geen schriftelijke grieven in tegen het vonnis.
De advocaat-generaal vorderde dat verdachte niet-ontvankelijk zou worden verklaard wegens het ontbreken van grieven. Het hof stelde vast dat ook ambtshalve geen redenen waren voor een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering werd verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Het arrest werd gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag op 9 maart 2020.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.