De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor mensensmokkel van acht personen met Vietnamese en Irakese nationaliteit, vervoerd in een bestelbus naar Groot-Brittannië via Hoek van Holland. Het hof sprak de verdachte deels vrij voor drie personen omdat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat hun toegang, doorreis of verblijf wederrechtelijk was.
De controle vond plaats op 10 november 2018 bij het vrachtcontrolestation van een ferrymaatschappij in Hoek van Holland, waar in de laadruimte van een Mercedes Sprinter acht personen werden aangetroffen. De verdachte was bijrijder en had tickets besteld voor de ferry. De raadsman voerde aan dat de staandehouding onrechtmatig was, maar het hof verwierp dit verweer omdat de Douane bevoegd was tot controle.
De vijf overige personen hadden geen verblijfsvergunning, geen identiteitspapieren en zaten verstopt in een kleine ruimte, wat het hof als bewijs zag voor wederrechtelijk verblijf en doorreis. De verdachte handelde uit winstbejag en droeg bij aan het in stand houden van het illegale circuit van mensensmokkel. Gezien de ernst van het feit en de omstandigheden legde het hof een gevangenisstraf op van 18 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, en verklaarde het voertuig en kentekenbewijs verbeurd.